Cambodja

Positie van advocaten in Cambodja

Cambodja heet een democratie maar in de praktijk heerst het leger. Het collectieve trauma vanwege het bewind van de Rode Khmer tussen 1975 en 1979, waarbij anderhalf tot twee miljoen mensen het leven lieten, gevolgd door de 20 jaar bezetting door Vietnam, drukt nog zwaar op de Cambodjaanse samenleving. De Cambodian People’s Party (CPP)  en haar aanhang bestaan grotendeels uit oude (militaire) aanhangers van de Rode Khmer die uiteindelijk zijn overgelopen naar de huidige regering. Mensen zijn bang, praten nergens over en richten zich primair op wederopbouw. Ondertussen vertrouwt niemand zijn buurman, laat staan zijn leiders.

Ook advocaten zijn erg voorzichtig in de uitvoering van hun werk, en hun onafhankelijkheid en vrijheid staan onder druk. Elke advocaat die zich direct of indirect (door de verdediging van bepaalde cliënten) kritisch opstelt ten opzichte van de gevestigde orde loopt het risico om onderdrukt te worden. Veel advocaten kiezen er onder deze omstandigheden voor om mee te buigen. Dat is de meest veilige optie en vaak de enige manier om als advocaat geld te verdienen. Advocaten zijn verenigd in de Cambodjaanse balie (Cambodian Bar Association Kingdom of Cambodia, BAKC). Deze is nauw gelieerd met de CPP, en wordt door leden van de CPP bestuurd.

Internationaal recht

Cambodja heeft de belangrijkste mensenrechtenverdragen geratificeerd, waaronder de International Covenant on Economic Social and Cultural Rights, de International Covenant on Civil and Political Rights en de Convention against Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment. Elk van de rechten als neergelegd in deze  verdragen worden gegarandeerd door artikel 31 van de Constitutie van Cambodja. In 2007 heeft het Constitutionele Hof van Cambodja in een uitspraak bepaald dat mensenrechtenverdragen onderdeel zijn van het nationale Cambodjaanse recht, en dat rechtbanken en hoven mensenrechtenverdragen toe moeten passen in hun uitspraken.

De praktijk laat echter anders zien. De UN Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCHR) heeft diverse rapporten gepubliceerd over de uitdagingen op het gebied van de mensenrechten, het laatste dateert van 2013[1]. Uit het rapport blijkt dat er nog steeds serieuze problemen zijn met de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, het ontbreken van de rule of law, en straffeloosheid van hooggeplaatsten. Restricties van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid tot vergadering, samen met de moeilijke toegang tot informatie hebben een enorme impact op de mogelijkheden van Cambodjanen om deel te nemen aan het maatschappelijk debat.

Toegang tot de advocatuur

Het is onduidelijk hoe afgestudeerden die advocaat willen worden, lid kunnen worden van de BAKC (balie). Het is onduidelijk hoe afgestudeerden die advocaat willen worden, lid kunnen worden van de BAKC (balie). Behalve over de gewone opleidingskosten zijn hiervoor geen geschreven regels, maar soms wordt er daarnaast veel geld voor betaald. Aspirant-leden moeten door een speciale commissie heen, hetgeen op zichzelf geen probleem is, ware het niet dat de selectiecriteria schimmig zijn en personen die bekend staan als onafhankelijk soms nooit meer iets op hun sollicitatie horen.

Inperkingen rechten van advocaten

Vooruitlopend op de National Assembly verkiezingen van juli 2013, werd door de deken een regel uitgevaardigd dat advocaten voorafgaand aan een optreden in de pers (radio en tv) toestemming dienden te vragen aan de Balie. Dit werd gedaan met een beroep op de kwaliteit van zaken, en de privacy van cliënten. Na veel internationaal en nationaal protest van diverse mensenrechtenorganisaties heeft de deken zijn standpunt bijgesteld, en verzekert dat advocaten vrij zijn om met de pers te spreken.

Het hangt van de gevangenis af of een advocaat wel of niet in privacy met zijn cliënten kan praten (zonder dat er constant een bewaker bijstaat) en van het soort advocaat (lees: in welke mate die zich conformeert aan het heersende regime) of hij of zij op tijd de juiste stukken krijgt die nodig zijn om een cliënt goed te kunnen verdedigen (acces to information).

Informatie van de VN laat zien dat de naleving van de regel dat verdachten in strafzaken binnen 24 uur recht hebben op bijstand van een advocaat, erg slecht is. Aan de ene kant komt dit omdat de politie het advocaten niet toestaat om met hun cliënten te spreken. Aan de andere kant is het aantal advocaten in Cambodia veel lager dan in de meeste andere landen. Het overgrote deel daarvan werkt ook nog eens in de hoofdstad, zodat de beschikbaarheid van advocaten elders in het land minimaal is. Rechtshulp wordt verleend door advocaten van ngo’s die gesteund worden door internationale donoren (Legal Aid Cambodia, Cambodian Defenders Project). Deze steun is echter drastisch minder geworden de afgelopen jaren: de economische crisis in het Westen wordt ook in Cambodja gevoeld. De special rapporteur voro de onafhankelijkheid van rechters en advocaten heeft benadrukt dat Cambodja een systeem voor rechtshulp zou moeten opzetten.

Bekend is dat advocaten die verdachten bijstaan tijdens de processen voor het Rode Khmer tribunaal bedreigd en geïntimideerd zijn omdat zij het standpunt innamen dat verdenkingen van corruptie binnen het tribunaal (m.b.t. rechters en openbare aanklagers) serieus onderzocht moeten worden. Het is moeilijk gebleken om rapporten hierover te publiceren.

Acties L4L

L4L heeft zich in het verleden voor verschillende Cambodjaanse advocaten ingespannen. In juni 2009 organiseerde zij een schrijfactie voor Kong Sam Onn en in 2007 verleende zij financiële steun aan Don Vibol, Ny Chandy en Hang Som On. Kong Sam Onn hing strafrechtelijke vervolging en disciplinaire maatregelen door de Cambodjaanse Orde van Advocaten boven het hoofd in verband met zijn verdediging van het parlementslid Mu Sochua. Laatstgenoemde werd vervolgd vanwege haar kritiek op onteigeningsprocedures door de staat. De mogelijke vervolging en disciplinaire acties tegen Kong Sam Onn volgden op de aankondiging in april 2009 dat hij met Mu Sochua een klacht zou gaan indienen tegen premier Hun Sen vanwege diens beledigende uitlatingen over het parlementslid in een toespraak.

L4L kwam in 2007 in actie voor Don Vibol, Ny Chandy en Hang Som On, die als advocaten voor de organisatie Legal Aid of Cambodia onder meer dorpsbewoners bijstonden wiens land op illegale wijze zou zijn verkregen door de machtige zakenvrouw Keat Kolney. Kolney deed aangifte tegen de advocaten omdat zij de dorpsbewoners zouden hebben aangezet tot bedrog en het plegen van fraude. Ook diende ze een klacht in bij de Cambodjaanse Orde van Advocaten en bovendien uitte ze serieuze dreigementen tegen de advocaten. De advocaten zagen zich genoodzaakt om beveiligingsmaatregelen te treffen; L4L heeft een financiële bijdrage gedaan om dit mogelijk te maken.

In november 2013 is L4L samen met LRWC in Cambodja geweest. Op de agenda stond onder meer een gesprek in persoon met Bun Honn, de huidige deken. De afspraak werd echter op het laatste moment afgezegd zodat de communicatie over het bovenstaande vooralsnog schriftelijk vormgegeven wordt. Wel zijn weer veel contacten gelegd, waaronder met advocaten, met de Amnesty International field officer, en het Cambodja Office van de High Commissioner for Human Rights.


[1] Rapport van de Working Group on the UPR aan de Human Rights Councel van 7 november 2013. .